vrijdag 21 augustus 2015

Begrijpend lezen in de 21e eeuw

Begrijpend lezen is een moeilijk onderwijsbaar vakgebied. En dat is al jaren zo. Eigenlijk altijd al geweest. Ooit was het een vak waarbij je lange teksten las en vervolgens een breed palet aan vragen beantwoordde. Vragen die allemaal wel iets te maken hadden met het begrijpen van de tekst. Soms ging het over letterlijk begrip, soms over een verwijswoord, weer een andere keer over de bedoeling van de schrijver en dan weer over de betekenis van een woord. Een beetje zoals de Cito-toets dat nog steeds doet: alles lekker door elkaar dus. Als toets is dat wel te begrijpen, want het uiteindelijke doel is dan het uitvoeren van een meting. Maar voor het gericht aanleren van vaardigheden is het gefladder natuurlijk minder toereikend.

Eind jaren 80 en begin jaren 90 van de vorige eeuw, was het met name Cor Aarnoutse die het vakgebied in Nederland in beweging zette. Hij vestigde keer op keer de aandacht op het feit dat we bij rekenen en taal wel instructie gaven en bij begrijpend lezen nooit. En daar had hij een punt. Begrijpend lezen had alles te maken met het juiste aanpakgedrag bij het lezen van teksten. Maar daar was bij het maken van een waslijst aan vragen wel heel weinig aandacht voor. Cor ontwierp programma's waarmee dat wel kon. Deze instructie kreeg al snel het karakter van het laten zien hoe een ervaren lezer de tekst aanpakt en dat vervolgens zelf ook gaan toepassen. Hardop denken of modelen zo u wilt. In een mum van tijd heetten al die dingetjes die je uit kon leggen over het aanpakken van teksten leesstrategieën, ook al hadden ze vaak meer van een vaardigheid dan van een strategie. Zo werden begrijpend leesmethoden eigenlijk heel snel leesstrategiemethoden.

Aandacht besteden aan leesstrategieën is zonder meer zinnig. Het helpt heel veel kinderen om een tekst beter te begrijpen. Maar je mag het niet omdraaien. Door alleen het aanpakgedrag beter onder de knie te krijgen, word je niet zomaar ook meteen een goede begrijpend lezer. Daar is veel meer voor nodig. Zoveel zelfs dat je er een formule van kunt maken die bestaat uit minstens zes onderdelen: taalontwikkeling, technische leesvaardigheid, leesmotivatie, woordenschat, voorkennis en leesstrategieën. Kortom, veel meer zaken dan in de begrijpend leesles aangeboden kunnen worden.

En nu zitten we 15 jaar in de 21e eeuw en hebben we het voortdurend over de vaardigheden die passen bij de digital natives van deze tijd. Juist nu zien we hoe belangrijk begrijpend lezen is in het digitale tijdperk. Ook al is de communicatie via audio en video sterk toegenomen, niemand zal beweren dat daarmee het begrijpen van teksten minder belangrijk is geworden.

Maar we moeten met z'n allen het vak wel door gaan vertalen naar een nieuwe tijd, want er zijn nogal wat probleempjes. Met als top twee het ontbreken van vakspecifiek leerresultaat en demotivatie bij zowel leerling als leerkracht. Innoveren dus en dat kan niet zonder discussie. Voor ons een reden om er een discussiefilm aan te wijden. Een film waarin we niet claimen alle oplossingen te hebben, maar het is onze manier om met u het gesprek aan te gaan. Een gesprek dat moet leiden tot een betere invulling van het o zo belangrijke vakgebied. Wij wensen u veel kijkplezier en zien uw reactie graag tegemoet.



Met dank aan Kees Vernooij en Michael van Haaren.

woensdag 12 augustus 2015

Dag vakantie

column

Gelukkig. Het zit er alweer op. De vakantie is voorbij. Lang leve het schooljaar.

U kent het gevoel wel. Die laatste vrijdag begin juli. Het gevoel waarin vakantienoodzaak zich langzaam vermengt met de tomeloze ambitie om nog even snel buitengewone prestaties te leveren. Een laatste opleving voordat de werkverslaving zich gewonnen geeft. Maar als de school leger wordt verandert er veel. Binnen enkele dagen wordt het allemaal anders. De luiheid wint het van de ambities. En heel snel voelt het voorbije schooljaar verder weg dan het vulkanisch eiland, tevens vakantiebestemming, dat genoemd lijkt naar de bekende zangvogel. Al blijven ze daar volhouden dat kanarie begint met een c. Woordpakket 14 van de spellingmethode, waarvan ik de naam alweer vergeten ben, geeft aan dat niet zo is.

Eenmaal aangekomen op het genoemde eiland kan het feest echt beginnen. Nog even twee daagjes een waar-ligt-alles-ook-alweer-gevoel en dan komt het: de innerlijke rust van het even niets meer willen. Of het moet tegen etenstijd de echte Spaanse paëlla marinera of de tapas Meloneras zijn. Of wat eerder op de dag het hoorntje met 'una bola' tropisch honingijs. Een innerlijke rust die alleen nog maar onderbroken wordt door de toch iets wildere jeepsafari dan gedacht. Met meer stof in de lucht dan water in de zee. Maar wat lijkt het allemaal ver weg: passend onderwijs, de nieuwe klas en de uiterst moeizame vervanging van de afgeschreven digiborden door hypermoderne touchscreens. Ver weg in tijd, afstand en aandacht.

Maar iedere vakantie heeft ook weer z'n eigen keerpunt. Het moment waarop de roepende plicht het in het hoofd weer gaat winnen van het noodzakelijke loslaten. Bij mij gaat dit altijd samen met het gevoel dingen vooral niet meer te willen. Weg met al dat geadministreer. Stoppen met die zinloze groepsplannen. Nooit meer de methode je les laten bepalen. En ook nooit meer die teamvergadering omdat hij gepland stond. Kortom, de oorlog verklaren aan de onnodige, demotiverende complexiteit. Om vervolgens terug te kunnen keren naar de ultieme reden waarom je ooit koos voor het onderwijs. Kinderen zien groeien. Samen grenzen verleggen. Leren tot leven brengen.

Zo helpt een Spaans zonnetje gecombineerd met een Zuid-Europese mentaliteit mij altijd weer om de essentie te zien. Te zien hoe we met elkaar doorslaan. Hoe we schijnproductiviteit verheerlijken en ten onrechte denken dat we ontwikkeling altijd uit kunnen drukken in cijfers. Maar het creëert ook nog een ander gevoel. Namelijk dat van het zelf het heft in handen willen nemen. Niet meer willen wachten tot 'ze' het systeem beter organiseren. Echte actie ontstaat bij 'we' of misschien zelfs wel bij 'ik'. Door jezelf niet meer te zien als het slachtoffer van een systeem dat aan verandering toe is. Maar door na de vakantie zelf de verantwoordelijkheid te nemen. Want uiteindelijk maken leerkrachten het onderwijs. En alles daarnaast is volgend: beleidsbepalers, managers, adviseurs, inspecteurs. En, niet te vergeten, alle beroepsgroepen die eindigen op -oog, zonder ooit visionair te zijn. Als wij toestaan dat alles complex gemaakt wordt, dan zal het gebeuren. Doen we dit niet, dan creëren we openingen. Openingen naar beter leren en prettiger werken.

Met twee uur vertraging staan de vliegtuigwielen weer op Nederlandse bodem. Met een temperatuur die niet onderdoet voor de Spaanse zon. En met lachende mensen om me heen die hulpvaardig en gedreven zijn. Het schooljaar kan beginnen. Ik ben er klaar voor.