woensdag 5 december 2007

Help, wat moet ik met zo’n bord? De (on)zin van een digitaal schoolbord.

Door Jos Cöp en Albert Rouschop

Inleiding
Het digitale schoolbord is sterk in opkomst. Eind 2006 was 11% van de basisscholen en 42% van de scholen voor voortgezet onderwijs in het bezit van een digitaal schoolbord. Van de scholen die toen nog niet over zo’n bord beschikten, waren vier van elke tien scholen van plan om binnen twee jaar één of meerdere digitale schoolborden aan te schaffen (Kennisnet ICT op school, 2007). Het kan dus bijna niet anders dan dat het onderwijs in Nederland de komende jaren overspoeld gaat worden met digitale schoolborden. In dit artikel zullen we ingaan op de betekenis van deze borden voor de dagelijkse praktijk en proberen we verder te kijken dan de glitter en glamour van flitsende presentaties of gelikte folders.

Alles onder handbereik
Het schoolbord is in de klas altijd één van de blikvangers geweest. Het grote zwarte of groene bord met de onmisbare krijtjes, de corrigerende borstel en, helaas, het bijbehorende stof, piepende geluid en de vieze vingers. De functie van het bord is helder, onmisbaar en toch ook wel beperkt: een centrale plek, voor iedereen waarneembaar en daarmee het verzamelpunt voor alles dat snel grootschalig zichtbaar moet worden gemaakt.

Aan de poten van het krijtbord wordt echter al enige tijd gezaagd. Eerst door de zogenaamde whiteboards, waarbij de uitwisbare stift de plek van het krijtje probeerde in te nemen en het stof achterwege kon blijven. Maar momenteel is het de elektronische versie van het whiteboard die het schoolbord een totaal ander gezicht geeft. Door de verbinding met een computer en beamer is zo'n beetje alles onder handbereik, waaronder het volledige internet met een onuitputtelijke bron aan teksten, afbeeldingen, landkaarten, filmpjes, animaties en ga zo maar door. Met ongekende mogelijkheden als het gaat om het dynamisch presenteren. Dat steekt toch wel even af tegen de mogelijkheden van het traditionele schoolbord, die ophielden bij het schrijven van eigen teksten, het maken van tekeningen en, indien magnetisch, het ophangen van allerlei beeldmateriaal.

Even snel aanschaffen?
Dat een elektronisch schoolbord in potentie veel te bieden heeft, is duidelijk. Maar als school ben je er niet met een vluchtige aanschaf van zo’n bord. Het succesvol kunnen werken met een digibord heeft te maken met de afstemming van het bord op de schoolsituatie. Hierbij spelen elementen als de kwaliteit van het bord, de ruimtelijke inrichting van de klassen, de onderwijskundige inpassing en de computervaardigheden en beschikbare tijd van de leerkracht een belangrijke rol. Kortom, de meerwaarde van het digibord ligt wel voor het grijpen, maar is niet vanzelfsprekend. Het succesvol werken met een dergelijk bord is afhankelijk van een goede oriëntatie en implementatie. Hieronder noemen we eerst een aantal attentiepunten die van belang zijn bij de keuze voor de aanschaf van een digibord. Vervolgens gaan we meer in op het didactisch gebruik van een digibord. Met een aantal voorbeelden illustreren we hoe goede digibordsoftware eruit kan zien.

Amusement als doel?
Het eerste attentiepunt heeft te maken met de meerwaarde voor het leren. Het is mogelijk geworden om met enkele klikken allerlei vermakelijke zaken op het bord te tonen. Deze worden aangeboden voor educatief gebruik, maar hebben ze ook een meerwaarde als het gaat om het leren? Soms wel en soms niet. Een dynamische landkaart zeker wel, maar een mooie winkel waarin kinderen virtueel kunnen winkelen en de merknamen van één fabrikant indringend tegenkomen waarschijnlijk niet. En daar zit het risico: de grabbelton is rijkelijk gevuld met kwaliteit, maar zeker ook met veel inferieur materiaal in een mooi jasje. Het gebruiken van materiaal uit de laatste categorie heeft op zijn best een hoge amusementswaarde, maar betekenis voor het geven van onderwijs heeft het absoluut niet. Het werken met een digibord moet van de leerkracht geen showmaster maken.

Effectief en doelgericht leren
Een tweede attentiepunt heeft te maken met de effectiviteit van de leeractiviteiten waarbij het digibord wordt gebruikt. In principe is in wetenschappelijk opzicht vrij veel bekend over hoe een effectieve leeractiviteit in elkaar zit. Om een leerdoel te bereiken, is het belangrijk dat er sprake is van een introductie, er een instructiemogelijkheid is, de leerlingen verwerkingsopdrachten doen en er ter afsluiting teruggekeken wordt door middel van een evaluatie. Door te werken vanuit deze lesfasering ontstaan de beste garanties dat kinderen leren aan de hand van de activiteiten die ze verrichten. Helaas is er een tendens waarneembaar waarin niet de uitgebalanceerde leeractiviteit, maar slechts dat ene flitsende aspectje op het digibord, centraal staat. Veelal met een hoog amusementsgehalte, maar tegelijkertijd betekenisloos als het gaat om leren en ontwikkelen. Het bekijken van een toeristisch filmpje over Portugal, betekent niet dat de onderwijsdoelen die samenhangen met dit onderwerp bereikt worden. Daar is meer voor nodig.
Gelukkig is de tegenbeweging hiervan al duidelijk waar te nemen. Educatieve uitgeverijen zijn nadrukkelijk bezig om hun methoden geschikt te maken voor het digibord en daarmee de meerwaarde van het bord te koppelen aan effectieve didactieken en een verantwoorde opbouw van de leerstof.

De voorbereidingstijd en methodisch werken
Een derde attentiepunt heeft te maken met de manier waarop lessen samengesteld worden. Natuurlijk mogen lessen van tijd tot tijd best wat associatief in elkaar zitten. Het wordt echter wel problematisch als daardoor de leerlijnen, het overzicht en de eindtermen met mist omhuld worden. Voor het primair onderwijs zijn dat de kerndoelen. Het in het verlengde van deze kerndoelen voortdurend zelf bedenken van en zoeken naar de passende lesstof is een enorm karwei. Methoden bieden een goed alternatief voor deze zoektocht. Niet om slaafs van dag tot dag te volgen, maar wel om met een verantwoorde voorbereidingstijd goede lessen te kunnen geven. Mocht de intrede van het digibord dit, zoals in de geschiedenis vaker is gebeurd, opnieuw ter discussie stellen, dan is het toch reëel om te constateren dat het bij elkaar grabbelen van lessen op het internet geen verantwoorde basis is voor effectief en efficiënt onderwijs. Zeker niet voor de vakken waarin kinderen de basis leggen voor de vaardigheden die ze nodig hebben tijdens hun verdere onderwijsloopbaan: lezen, taal en rekenen.

Terug naar klassikaal frontaal leren?
Een vierde attentiepunt heeft te maken met de vorm waarin het onderwijs georganiseerd wordt. Momenteel woedt er in Nederland een forse onderwijsdiscussie die zich laat karakteriseren door het nieuwe leren versus het oude leren. Op zich een interessante discussie, maar tegelijkertijd ook nagenoeg zinloos omdat het een debat is tussen karikaturen van vormen waarin onderwijs aangeboden kan worden. De voorstanders van het nieuwe leren (kernwaarden: actief leren, authentiek leren) veroordelen het traditionele leren als massaoplossing, waarin de leerkracht klassikaal werkt en doceert aan een groep van dertig leerlingen. Het risico van deze vorm van onderwijs geven is dat met name de leerkracht hard aan het werk is, maar dat de leerlingen door een gebrek aan betrokkenheid en uitdaging afhaken. Het is helder dat met het groter worden van de verschillen tussen kinderen deze massaoplossing nog maar onvoldoende werkt.

Er is duidelijk meer behoefte aan organisatievormen die meer tegemoetkomen aan verschillen tussen leerlingen. Met het digibord lijkt de frontale, klassikale organisatievorm van het onderwijs zich te versterken ten koste van de differentiatiemogelijkheden die momenteel steeds meer gemeengoed zijn geworden. De mate waarin met software gedifferentieerd kan worden, is daarmee bepalend geworden of de didactische klok wel of niet teruggezet gaat worden.
Ook tijdens gegroepeerde lesmomenten waarbij het digitale schoolbord gebruikt wordt, moet het dus mogelijk zijn dat een gedeelte van de kinderen zelfstandig aan het werk is en via een andere organisatievorm de leerdoelen gaat bereiken. Er zijn vele manieren waarop je kunt leren wat de persoonsvorm is. Instructie door de leerkracht met behulp van een digibord is één van deze mogelijkheden. Zelfstandig lerend deze instructie lezend tot je nemen, kan voor een bepaalde groep kinderen een betere oplossing zijn. Niet alles hoeft dus te draaien om een digibord. Het is en blijft een hulpmiddel.

Waarom een digibord?
Wellicht zijn er aan bovenstaande lijst nog meer attentiepunten toe te voegen. Kort samengevat geven we aan dat het digibord een enorm potentieel in zich heeft om het onderwijs van de toekomst te gaan beïnvloeden. Er kunnen dingen in de klas, die in het verleden niet haalbaar waren. Het onderwijs kan directer aansluiten bij de belevingswereld van kinderen, wat de betrokkenheid en daarmee ook de effectiviteit van het leren enorm ten goede kan komen. De kwaliteit van instructie kan toenemen als er gebruik wordt gemaakt van krachtig (didactisch en gediffentieerd) digibordmateriaal. En dat is zo langzamerhand voldoende voorhanden.
Hieronder zullen we een aantal voorbeelden bekijken van methodegebonden digibordsoftware.

Het digimenu
Goede methodegebonden digibordsoftware start vanuit een digimenu. Dit is een compleet overzicht van de methode waar doorheen geklikt kan worden. Een mooi voorbeeld van een digimenu is te vinden bij de nieuwe taalmethode Taal in beeld.

Afbeelding: digimenu uit de digibordsoftware van Taal in beeld

Alle onderdelen van de methode kunnen met enkele ‘clicks’ bereikt worden. Zo zijn bijvoorbeeld het complete taal- en werkboek elektronisch beschikbaar. Door een dergelijk digimenu krijgt een methode een volwaardige elektronische ingang en wint enorm aan gebruiksgemak. Voorheen kon je een overzicht over een hele methode alleen krijgen vanuit de handleiding. Door de verwijzingen te volgen kwam je waar je moest zijn. Uiteraard blijft de handleiding deze functie behouden, maar hetzelfde kan nu ook, en veel gemakkelijker, door te klikken op de verschillende onderdelen in het digimenu.

Groot projecteren
Vanuit het digimenu is het mogelijk om door te klikken naar het leerlingmateriaal. In het geval van Taal in beeld betreft het onder andere het taal- en werkboek. Hierin staan, in tegenstelling tot andere methoden, de volledige taallessen weergegeven. De doelstelling verschijnt in beeld, evenals de oriëntatie, de uitleg, de verwerking en de reflectie. Al lezend kunnen de kinderen individueel of samenwerkend aan de slag en de leerkrachtrol wordt dan begeleidend. Toch zijn er veel situaties denkbaar waarbij de leerkracht een directere vorm van begeleiding zal moeten bieden, door zelf dingen uit te leggen en de kinderen die het nodig hebben door de les te leiden. Daarbij is het groot projecteren van de lessen op het digibord van toegevoegde waarde. Het is geen werkvorm die zonder meer gehanteerd moet worden voor alle leerlingen, maar met name zwakkere leerlingen en kinderen met een slechte taakwerkhouding zullen er baat bij hebben.

Afbeelding: instructiemoment uit de digibordsoftware van Taal in beeld

De meerwaarde van dit alles is de mogelijkheid dat iedereen het kan volgen. Makkelijker dan in het boek, al zal het boek er nooit overbodig door worden, want dat zou betekenen dat de klok, als het gaat om differentiëren, een fors aantal jaren teruggezet zou worden. Alles zou weer klassikaal gebeuren. Iets dat we niet moeten willen.

Extra functies om de instructie te ondersteunen
Vanuit deze geprojecteerde leerlingmaterialen is het mogelijk om verder door te klikken naar faciliteiten die een digibord te bieden heeft en een boek niet. Door op elementen in het leerlingmateriaal te klikken worden speciale functies gestart. In eerste instantie wordt vaak gedacht aan audio-ondersteuning bij moeilijke teksten en filmpjes of animaties die meer zeggen dan duizend woorden. Maar er zijn veel meer mogelijkheden.

Een mooi voorbeeld hiervan is te vinden in de digibordsoftware van de nieuwste versie van de taalmethode Zin in taal. Er kan geklikt worden op de moeilijke woorden in de lessen, waardoor de woordenhulp wordt gestart. Het woord verschijnt in beeld en wordt veelzijdig uitgelegd door middel van een omschrijving, een geluid, een afbeelding, een voorbeeldzin en een relatieschema.

Afbeelding: woordenhulp uit de digibordsoftware van de methode Zin in taal

Een andere methode die bij haar digibordsoftware heel veel ondersteuningsmogelijkheden voor het geven van instructie biedt, is Veilig leren lezen. Niet alleen doordat het werkboekje groot geprojecteerd kan worden en geschreven woorden kunnen worden verklankt, maar met name doordat allerlei hulpmateriaal elektronisch gemaakt is en daardoor veel gebruiksvriendelijker is geworden. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om het klikklakboekje, de woordstroken, de wisselrijtjes en de letterlijnen.

Afbeelding: elektronische versie van de letterlijn uit de digibordsoftware bij Veilig leren lezen.

Letters ophangen, verwisselen en herordenen aan een echte letterlijn is een vrij intensief klusje, wat in een aantal gevallen het tempo uit de instructie haalt. Op een digitaal schoolbord is dit een heel ander verhaal. Met één klik is het voor elkaar, waardoor de mogelijkheden om de letterlijn tijdens de instructie te gebruiken, enorm toenemen.

Oefensoftware met instructiemomenten
Oefensoftware is een bekende term voor computerprogramma’s die kinderen op de pc gebruiken en waarmee ze leerstof die eerder aan de orde is geweest, inoefenen en verwerken. Vaak is er een denkbeeldige scheiding tussen software voor de pc en voor het digitale schoolbord. Over de pure oefensoftware gericht op individuen kunnen we kort zijn: deze is zelden geschikt voor het digibord. Het wordt echter een andere zaak als er voorafgaand aan die oefeningen sprake is van gerichte instructie. Dan sluiten de kenmerken van die software ineens een stuk beter aan bij de meerwaarde van een digitaal schoolbord, namelijk het ondersteunen van de instructie. Een voorbeeld hiervan is te vinden in de software bij de spellingmethode Spelling in beeld. In deze methode staat de instructie per spellingcategorie weergegeven op uitlegkaarten. Ook in het bijbehorende computerprogramma verschijnen diezelfde uitlegkaarten op het scherm.

Afbeelding: instructiescherm uit de (digibord)software van Spelling in beeld.

Omdat het software betreft, is het ook mogelijk om de instructietekst uit te laten spreken. Dit gebeurt op het moment dat een nieuwe oefening wordt opgestart en biedt zeker ook zwakke spellers iets dat een boekje niet kan bieden. Voor de leerkracht biedt het ook veel gebruiksgemak. Het digibord neemt een gedeelte van de instructierol over. Daarmee wordt de software meer geschikt voor interactief gebruik. Praktijkervaringen geven aan dat door de toevoeging van instructiemomenten aan de software de geschiktheid voor het digibord enorm toeneemt en dat het onderscheid tussen pc-software en digibordsoftware langzamerhand aan het vervagen is.

De elektronische methode
Methodegebonden digibordsoftware is pas relatief kort verkrijgbaar. Momenteel zijn er al veelbelovende dingen te zien. Een interessante vraag is waar het allemaal naar toe zal gaan. Wellicht is de toekomst dat methoden volledig elektronisch gaan worden. Een aanzet hiertoe vinden we bij het pakket Taalmaker. Dit pakket bevat plustaken (uitbreidingsstof) op het gebied van taal, als aanvulling op alle reguliere taalmethoden. Een gedeelte van de plustaken is uitgewerkt in de vorm van computerbladen.

Afbeelding: scherm met film en leerzame vragen uit de (digibord)software van Taalmaker.

Een computerblad bevat een volledige les waar doorheen geklikt kan worden. Na het noemen van het doel, uiteraard uitgesproken zodat een te laag leesniveau geen belemmering hoeft te zijn om met uitbreidingsstof aan de slag te gaan, gaan de kinderen aan de hand van een filmpje een taaluiting bekijken. Om greep te krijgen op de taaluiting, bijvoorbeeld een verslag van een kinderconcert, maken ze onder meer een quiz. Uiteindelijk wordt uitgelegd wat een verslag is en hoe je verslag doet. In een productieve opdracht gaan kinderen zelf verslag doen van een grappige gebeurtenis die ze meegemaakt hebben. De complete les, uitmondend in een opdracht die ze ook op papier kunnen maken, is elektronisch geworden, mede dankzij het digibord. Het is best mogelijk dat we over vijftien jaar niet beter meer weten en ons verbazen over de onhandige manier waarop lessen uit boeken werden gegeven. De tijd zal het leren.

Samenvattend kunnen we stellen dat het digibord de onderwijspraktijk veel te bieden heeft. Als leerkrachten daarbij voldoende oog blijven houden voor de verschillen in onderwijsbehoeften bij kinderen, hun lessen niet voortdurend ongericht bij elkaar gaan grabbelen en complete leeractiviteiten in plaats van korte amusante lesmomenten aanbieden, dan zijn er niet of nauwelijks voorbehouden te maken ten aanzien van het gebruik van een digibord. Als dan ook de uitgevers hun methoden op een goede manier verbinden met de nieuwe multimediale mogelijkheden, dan heeft de leerkracht er een assistent bij. Een ontwikkeling die het onderwijs niet alleen beter maar ook leuker maakt.

Literatuur:
Kennisnet ICT op school (2007) Vier in Balans Monitor 2007. Stand van zaken over ict in het onderwijs. Zoetermeer: Kennisnet ICT op school.

Jos Cöp was leerkracht basisonderwijs, schoolbegeleider en ict-adviseur. Nu is hij als onderwijskundig ontwerper en onderwijskundig projectleider betrokken bij de ontwikkeling van een aantal methoden en softwarepakketten. E-mail: j.cop@zwijsen.nl.

Albert Rouschop was leerkracht basisonderwijs en schoolbegeleider. Nu werkt hij als adjunct-directeur op een school voor speciaal onderwijs. Email: a.rouschop@live.nl.