dinsdag 17 februari 1998

De methode in het jaar 2010. Van papieren tijger naar elektronische assistent.

Door Jos Cöp

Methodes veranderen voortdurend. Er verschijnen nieuwe uitgaven, de leerstof wordt anders en ook de didactische ideeën gaan regelmatig op de helling. De kans is overigens niet denkbeeldig dat de verschuiving die de komende jaren in ‘methodenland’ plaats zal gaan vinden, zeer groot zal zijn. De ontwikkelingen op het gebied van de elektronische media gaan zo snel, dat er binnen een aantal jaren sprake kan zijn van een totaal andere vormgeving. Methodes zullen er heel anders uit gaan zien, maar dit wil niet automatisch zeggen dat de klassenpraktijk een volledig ander uiterlijk gaat krijgen.

Groep 3 in 2010
Om een voorstelling te maken van de ontwikkelingen die ons te wachten kunnen staan, verplaatsen we ons naar het jaar 2010. We gaan kijken in de klas bij juffrouw Ilse. Zij werkt op een school, gelegen in een gemiddelde wijk van een plaats met ongeveer 17.000 inwoners op de grens van de provincies Gelderland en Utrecht. Wij nodigen u uit om mee te gaan.
Pas om tien over negen bereiken we de school want ondanks het rekening rijden, de speciale spitsstroken en de in een experimenteel stadium verkerende sensorreguleringssystemen bestaan ze nog steeds: de files. Sterker nog, het is compleet onvoorspelbaar geworden waar en wanneer ze staan en daarom is het ook zeer moeilijk om een betrouwbare tijdsplanning te maken. Een alternatief is om niet lijfelijk aanwezig te zijn, maar te observeren via een videocamera en een on-line verbinding. Gewoon thuis de klassenpraktijk bekijken die zich 96 kilometer verderop bevindt. Was mogelijk geweest, maar we hebben er niet voor gekozen.
Als we dan eindelijk in de klas zijn, zien we een inrichting die helemaal niet zo anders is dan de klas anno 1998. Of het zou de lange wandtafel moeten zijn met in totaal 8 computers, die overigens wel opvallend weinig ruimte in nemen. Voor de rest zie je in deze groep 3 gewoon kasten met speelleermaterialen, ongelooflijk veel boeken en een aantal speelleerhoeken. De kinderen zijn op dit moment met allemaal verschillende zaken bezig: een aantal zitten er in de kring, een aantal werken er aan de computer en voor de rest zijn de hoeken goed bezet. Eén ding is overigens wel opvallend. De groep bestaat uit 21 kinderen. Later vertelt juf Ilse dat deze groep zelfs nog aan de grote kant is. Heeft dus echt resultaat gehad, die klassenverkleining tussen 1997 en 2007!

De instructie via het beeldscherm
Lesovergangen bestaan nog steeds want om kwart over negen neemt juf Ilse het woord, vraagt iedereen op te ruimen en plaats te nemen in de instructiehoek. Terwijl de kinderen opruimen werpt ze nog vlug een blik in de handleiding en zet de instructiecomputer aan. Het apparaat is grotendeels weggewerkt in de lessenaar en in plaats van een beeldscherm projecteert een LCD-projector een redelijk groot en haarscherp beeld op een scherm. De naam van het onderwijsleerpakket maakt snel plaats voor de aankondiging 'activiteit 17: naar de winkel'. Als iedereen zit, pakt de juf een draadloze muis, introduceert het lesonderwerp en de beoogde opbrengst. Vervolgens verschijnt een animatiefilmpje van Rikkie de Rekenaar. Hij gaat boodschappen doen, maar heeft moeite met het vinden van de juiste aantallen. Hij komt er zelf niet uit. Dus vraagt hij de kinderen om mee te zoeken naar oplossingen.

Voorgeprogrammeerde differentiatieroutes
De stoelen worden omgedraaid en in tweetallen wordt er driftig overlegd. Twee kinderen doen overigens niet aan dit overleg mee. Zij melden zich namelijk bij één van de computers. Deze staat reeds op hen te wachten en zal gedurende de rest van de les hun maatje blijven. Via deze computer gaan ze namelijk binnen hetzelfde thema aan de slag met leerstof die een niveau hoger ligt. Ze zullen dit voornamelijk zelfstandig doen, waarbij via het beeldscherm de opdrachten volgen. Een voorgeprogrammeerde differentiatieroute voor meer begaafde kinderen dus.

Samenwerkend leren
De rest van de kinderen gaat aan de slag met een werkblad waarop een drietal problemen van Rikkie staan. Deze vorm van samenwerkend leren vindt plaats in heterogene groepjes. 'Dat doen we zo om kinderen van verschillende niveaus veel van elkaar kunnen leren', geeft juf Ilse aan. 'Ze zoeken samen naar oplossingen en brengen elkaar zo op ideeën'. Deze werkvorm duurt een kleine tien minuten, waarna de stoelen weer omgedraaid worden. Dan worden de oplossingen, maar vooral de oplossingsstrategieën in de groep uitgewisseld. Een interactief moment van ongeveer tien minuten. Ilse zit erbij met de muis in haar hand. Als het moet, kan ze met een druk op de knop bepaalde werkwijzen van kinderen op de muur projecteren en laten verduidelijken. Makkelijk en ontzettend overzichtelijk. Hebben de makers van het onderwijsleerpakket dus al rekening mee gehouden. Aan het einde van het uitwisselingsmoment neemt Ilse het woord en herhaalt, ondersteund door afbeeldingen op de muur, een drietal mogelijke oplossingsstrategieën. De lesfase wordt afgesloten met opnieuw een korte animatie van Rikkie de Rekenaar. Hierin bedankt hij de kinderen voor hun hulp.

De instructiehoek
Een druk op de muisknop maakt nu dat er een werkblad op de muur geprojecteerd wordt. Dit wordt kort doorgesproken. Na deze bespreking vraag Ilse wie er nu zelf aan de slag kan en wie er nog liever even aan de instructietafel blijft zitten. Veertien van de negentien kinderen kiezen ervoor om zelfstandig de stof te gaan verwerken. Dus worden er 14 werkbladen uitgeprint. Deze kinderen nemen plaats aan de verwerkingstafels in de hoek bij het raam. De overige vijf blijven in de instructiehoek.
Na een hele korte rondgang gaat Ilse verder met de kinderen in de instructiehoek. Ondersteund door projecties op de muur vindt er een verlengd instructiemoment plaats. Na ongeveer tien minuten gaan deze kinderen echter ook met de verwerkingsstof aan de slag. Voor hen wordt een aanpast verwerkingsblad uitgeprint. De hoeveelheid leerstof is wat beperkter en ook de moeilijkheidsgraad is wat aangepast. De kinderen blijven aan de instructietafel zitten.

Digitale correctie
Ilse gaat nu naar de kinderen die al langer met de verwerkingsstof bezig zijn. Eén kind is klaar en maakt al aanstalte om het werkblad na te kijken. Dit doet ze door plaats te nemen achter één van de computers. Ze zet een koptelefoon op en via twee klikjes op de figuur Nettie Nakijker begint de sessie. Een hele korte sessie overigens, want de oplossingen verschijnen in beeld en via het stemgeluid van Nettie wordt een toelichting gegeven. Na enkele minuten is het karwei klaar. Eigenlijk is het een fluitje van een Euro. Het glunderende gezicht verraadt dat alle sommen goed waren. Langzamerhand zijn steeds meer kinderen klaar met de verwerkingsopgaven en haasten zich naar de computer om het resultaat te bekijken. Als dat is afgerond, dan zijn er voor iedereen de persoonlijke buffertaken die de motivatie hoog weten te houden.
Tegen het einde van de les gaat Ilse weer naar de instructietafel. Samen met de vijf kinderen die daar zitten, worden de gemaakte sommen nagekeken. Wederom ondersteund door geprojecteerde software.
Even voor de pauze aanbreekt, richt Ilse zich nog tot de twee kinderen die de het grootste gedeelte van de les met de stof voor meer begaafde kinderen bezig zijn geweest. Ze kiest er bewust voor om het gemaakte werk samen na te kijken. Al is het maar om een beetje van het ten onrechte ingeslepen gevoel van 'niet genoeg aandacht van de juf' af te komen.

Complete methode op cd-rom
In de pauze is er even tijd om met Ilse over de les en het gebruikte onderwijsleerpakket te praten. Meteen steekt ze van wal:
'Het is nog maar tien jaar geleden dat een methode bestond uit een gigantische hoeveelheid boeken: leerlingenboeken, werkboeken, kopieerboeken, oefenboeken en ga zo maar door. De leerstoflijnen liepen door het schriftelijk materiaal en soms was er een educatief softwareprogramma tegenaan geplakt. De huidige onderwijsleerpakketten zijn heel anders. Op één cd-rom staat alle stof voor 8 leerjaren. Via een handige bedieningsfunctie, waarbij je op het scherm dingen aanklikt kun je in alle onderdelen van het pakket komen. Je kunt alles rechtstreeks projecteren op een scherm en het leerlingmateriaal is tijdens de les uit te printen. Verder zijn de differentiatieroutes gewoon voorgeprogrammeerd. Stof voor meer begaafde leerlingen of juist voor kinderen die veel ondersteuning nodig hebben is via een klik met de muis te bereiken. In de les die jullie gezien hebben heb ik dan nog geen gebruik gemaakt van de links naar allerlei internetpagina’s. Dit zou minstens nog een vertienvoudiging van de beschikbare lesstof betekenen.'
Tijdens het gesprek vertelt ze ook nog een aantal andere dingen die wat ons betreft zeer opvallend zijn: 'Lang heb ik gedacht dat methodes altijd boeken zouden blijven. De software stelde namelijk helemaal niets voor. Veredelde spelletjes, meer niet. Ik vond het toen ook nauwelijks zinvol om me in een computer te verdiepen. Meestal stonden ze in het magazijn. Pas toen de software echt een onderdeel werd van de methode werd het interessant. Ook mede doordat de bediening zeer eenvoudig werd. Ik als 'computer-leek' kon er zo mee aan de slag. En nu zie je dat de software de kern van het onderwijsleerpakket is geworden. Dat scheelt me veel tijd en ik ben er zeker enthousiast over.'
Uiteraard zijn we ook zeer geïnteresseerd in de negatieve ervaringen. Ook daaraan is namelijk geen gebrek. 'Het kan ook doorslaan', vervolgt Ilse. 'Er zijn pakketten die te ver gaan. Veel toeters en bellen omdat die technisch allemaal mogelijk zijn. Dat vind ik niet interessant, want het blijven allemaal hulpmiddelen. Functioneel moet het zijn en eenvoudig. En nog iets anders. Sommige uitgevers menen dat boeken helemaal niet meer bij een methode horen. Nou, wat mij betreft zal er altijd een papieren handleiding moeten blijven. En de reden daarvoor is heel simpel. Ik ben geen computerfreak en zal dat ook nooit worden. Thuis heb ik zo'n apparaat dus niet. En om toch thuis m’n lessen te kunnen voorbereiden, wil ik gewoon door een handleiding kunnen bladeren.
Ook is er nog iets anders waar ik neutraal tegenover sta. Omdat het onderwijsleerpakket nu hoofdzakelijk digitaal is, komen er voortdurend nieuwe versies. Iedere drie jaar komt er een vernieuwde uitgave op de markt. Leuk omdat alles actueel blijft, maar iedere keer is het toch weer een behoorlijke klus om je alle veranderingen eigen te maken. Als je zo’n beetje alle lessen kent, dan worden ze weer veranderd. Jammer, maar het schijnt erbij te horen.'
Veel vragen hebben we niet gesteld, maar de pauze is wel voorbij. Tijd voor ons om weer te vertrekken, al was het maar omdat het parkeerbeleid in de betreffende gemeente vrij streng is. Niet vergunninghouders moeten binnen twee uur de parkeerplaats weer verlaten hebben. Eenmaal vertrokken rijden we niet alleen naar huis, maar belanden tevens weer in het jaar 1998.

Het bovenstaande fictieve klassenbezoek geeft een indicatie van een methode of onderwijsleerpakket in 2010. Uiteraard is het geschetste plaatje niet alleen het gevolg van de vormgeving van het pakket, maar er zijn eveneens een aantal schoolkenmerken meegenomen. Op deze school is sprake van een redelijk homogene leerlingpopulatie. De verschillen in de klas zijn niet zo groot dat een vorm van convergente differentiatie (dezelfde leerdoelen per les voor nagenoeg alle leerlingen) onmogelijk is. Op scholen waar die verschillen wel zodanig groot zijn, zal het beeld er dus ook anders uitzien. De methode zal daar minder groepsgewijs en nog meer gedifferentieerd gebruikt worden. En het feit dat het hierbij toch om een fors aantal scholen gaat, maakt dat methodenmakers hier nadrukkelijk rekening mee moeten gaan houden.