zondag 19 maart 2017

Begrijpend lezen

Column

En dat heet nou een pleonasme. Meer woorden gebruiken dan noodzakelijk door een eigenschap die al aan het begrip verbonden is ook nog eens met een apart woord te benoemen. Een houten boomstam. Ja, van wat anders? De uiterste limiet. Ja, dat het niet nog een stukje verder kan, was al duidelijk. En Sinterklaas met zijn witte schimmel? Waarschijnlijk een poging om de Zwarte Piet-discussie dubbel af te leiden.

Pleonasmen zijn dus voor sukkels of uitslovers. Dus zeker niets voor ons, want wij in het onderwijs zijn direct en doortastend. Daar past geen pleonastische verwarring bij. Toch?

Nou, helaas ligt het toch wat anders. Pleonasmen zijn ook diep in de wortels van het Nederlandse onderwijs terecht gekomen. In vrijwel iedere school staat er zelfs één op het lesrooster. Als naam van een schoolvak om precies te zijn. Een vakgebied dat eigenlijk geen apart vak zou mogen zijn. Inderdaad, u hebt het door, we hebben het over begrijpend lezen. Alsof begrijpen geen onlosmakelijk onderdeel is van het de activiteit waarbij geschreven letters, woorden en zinnen uiteindelijk gebruikt worden om een boodschap met onze hersenen te kunnen interpreteren.

Er is geen land ter wereld waar leesvaardigheid zo bruut uit elkaar getrokken is als in Nederland. Zou het een tros bananen zijn geweest, dan was deze per direct onverkoopbaar. Voorbereidend lezen, aanvankelijk lezen, voortgezet technisch lezen, leesbevordering en begrijpend lezen. Daarmee doen we alsof de losse ingrediënten in een aparte les ieder voor zich net zo lekker kunnen zijn als het hoofdgerecht. Wel eens geprobeerd om de boeren van de kool te scheiden? En hoe smaakte het?

Helaas doen we op school alsof het wel kan. Technisch lezen, synoniem voor woorden blaffen, is ten onrechte het deelgebied met de status van het echte lezen. Lekker makkelijk toetsbaar en niet moeilijk te onderwijzen. Dat wel. En begrijpend lezen, vaak verengd tot het eindeloos oefenen van wat matig werkende leesstrategieën, in een ondergeschikte bijrol.

Hoe pijnlijk de losgekoppelde werkelijkheid van het leesonderwijs is, is makkelijk te achterhalen. Vraag het aan de slachtoffers zelf: Nederlandse kinderen behoren tot de meest gedemotiveerde lezers ter wereld. Da’s niet gek als de betekenisvolle samenhang in de vorm van het avontuurlijk beleven van teksten compleet uit beeld is verdwenen.

Dus zit er maar één ding op: de hereniging van de deelvaardigheden in de geïntegreerde vaardigheid lezen. Allemaal weer samen naar feest. En het niet langer hebben over het geïsoleerde begrip en de kille techniek. Of om het drievoudig pleonastisch uit te drukken: laten we stoppen met de inwendige uitholling van het lezen onder de valse voorwendsels die nu al jaren averechts verkeerd uitpakken. Het werd tijd.

maandag 13 maart 2017

Passend en uitdagend leren in de 21e eeuw - de discussiefilm

Het onderwijs in de westerse wereld heeft een sterk consumerend karakter. Heel veel leerlingen leren leerkrachtgestuurd en krijgen veel instructie, feedback en begeleiding. Door deze aanpak, vaak verpakt in de lesfasen van het directe instructiemodel, bereiken zij de leerdoelen die ze zelfstandig niet of minder snel zouden kunnen bereiken.

Maar er zitten ook keerzijden aan deze aanpak. Bijvoorbeeld voor de leerlingen die meer uitdaging nodig hebben om bij de les te blijven. Zij die het, door allerlei redenen, niet op kunnen brengen om gedwee mee te doen. In veel gevallen betreft dit ook de kinderen die meerbegaafd zijn en de doelen ook op andere manieren en misschien ook wel in de helft van de tijd zouden kunnen bereiken.

Maar er zijn ook kritische kanttekeningen te maken als het gaat om de rol van de leerkracht. Ook voor de leerkrachten zelf heeft de sterke sturing die ze moeten bieden een prijs. Alles, instructies en oefenopdrachten, moet voorbereid en op maat klaargezet worden. Vaak zelfs op een onhaalbaar aantal niveaus. Dit leidt in steeds meer gevallen tot een onverantwoorde taakbelasting bij de onderwijsgevende.

Redenen genoeg om te kijken of het ook allemaal wat minder leerkrachtgestuurd, consumerend en passief zou kunnen. Met meer leerlingsturing door ruimte te geven om onderzoekend en ontwerpend aan de slag te gaan. En daarmee te leren door zelf instructies, opdrachten en toepassingen te produceren in plaats van ze alleen maar te consumeren. Om die vervolgens te delen waardoor ook anderen er weer van kunnen leren.

Maar in de beperking toont zich de meester (of de juf). Uit het verleden moeten we leren dat het nu niet ineens allemaal anders moet. Dat er niet één beste manier van onderwijzen is, hebben vele wetenschappelijke onderzoeken reeds aangetoond (Hattie, 2013). Dit is namelijk afhankelijk van de leerdoelen die aan de orde zijn en de leerbehoeften van individuele leerlingen.

Met de discussiefilm 'Passend en uitdagend leren in de 21e eeuw' nodigen wij u uit om mee te denken over hoe het ook zou kunnen. We maken een reis langs het model directe instructie, het model uitdagend leren, de executieve vaardigheden, de 21e eeuwse vaardigheden en het gericht inzetten van ICT in de klas. We hopen dat u er wat aan heeft.


donderdag 23 februari 2017

Digitale leerkansen

Column

Digitaal is het toverwoord. Zet er het begrip leren achter en het valt niet eens op. Zeker in de context van onderwijs is dat raar. Want uiteindelijk gaat het niet om digitaal. Het gaat om de beste manier van leren.

En daar kunnen we kort over zijn. De beste manier van leren bestaat niet. Die is afhankelijk van individuele leerbehoeften van mensen en van doelstellingen die bereikt moeten worden. En natuurlijk van het vakgebied: leren lezen en schrijven vragen iets heel anders dan leren spellen en rekenen. Maar bij allemaal staat de vraag centraal of en hoe het digitale tijdperk kan plussen in vergelijking met het papieren tijdperk. Want daarin liggen de onontgonnen digitale leerkansen.

De belangrijkste kansen voor ‘digitaal’ liggen in het omgaan met verschillen tussen kinderen. Vrijwel alle verschillen zijn te pakken in twee leerstromen. Sommige leerlingen halen de doelen alleen als veel ondersteuning krijgen. Ondersteuning in de vorm van (extra) instructie, feedback en begeleiding. Voor hun klasgenootjes kan dat anders liggen. Als zij teveel aan de hand genomen worden, voelen ze zich geremd. En niet zelden komt dat bovendrijven in de vorm van onaangepast gedrag of erger, regelmatig beloond met het zoveelste etiketje dat geen oplossing biedt. Voor deze kinderen is meer zelfsturing en uitdaging minstens een deel van de oplossing.

Kijken we naar de meerwaarde van ICT, dan is die voor beide leerbehoeften nauwelijks te overschatten. Het begint met betrouwbare digitale data en een goed dashboard om te weten waar een kind staat. Om vervolgens de juiste mix van ondersteuning en uitdaging te kunnen bieden. Ondersteuning op maat die geautomatiseerd klaargezet wordt, waardoor dingen haalbaar worden die in het papieren tijdperk niet konden. Denk aan het volgen en interpreteren van de vorderingen, het op maat aanbieden van (extra) stof, interactieve instructies en dito handelingswijzers. Qua aanpak misschien redelijk traditioneel en sturend, maar vele malen beter haalbaar dan voorheen omdat de leerkracht maximaal ontzorgd wordt.

Maar leren met ICT kan ook minder sturend en meer vernieuwend. Dan gaat het om onderwijsaanpakken die naadloos passen bij de 21e eeuwse vaardigheden. Daar waar samen leren ondersteund door digitale hulpmiddelen de basis is en individueel achter een glasplaatje werken zeker niet de voorkeur heeft. Met de ‘echte’ digitale wereld als leeromgeving. En met tools uit de cloud als gereedschap om ontwerpend en onderzoekend te leren. Inderdaad, daar waar leren gebeurt in verbonden netwerken.

We leven in een tijd met vele uitdagingen. En met nieuwe manieren om te leren. Voor onze leerlingen en voor onszelf. Met veel vragen en inmiddels ook al veel antwoorden. Maar vooral met veel nieuwe leerkansen. Leerkansen om te pakken.

vrijdag 27 januari 2017

Terugblik tafelgesprekken studiedag 'Taal is de basis'

Dank aan de bezoekers van onze drie tafelgesprekken op de studiedag 'Taal is de basis' van Samenwerkingsverband Passend Onderwijs Stromenland. Daarin hebben we ons verdiept in de manieren waarop tegemoet gekomen kan worden aan de verschillen tussen leerlingen. Of, zo u wilt, de verschillende wijzen om het onderwijs persoonlijker te maken.

Wij vonden het bijzonder prettige gesprekken en hebben ervan genoten. Zoals afgesproken vindt u hieronder de presentatie met de films en andere toebehoren.



Meer informatie over deze en aanverwante onderwerpen vindt u op www.tienkeerbeter.nl.

Albert Rouschop en Jos Cöp.

zaterdag 21 januari 2017

De onderwijsprosument

column

Ooit was het niet anders. Of je het nu wilde of niet, leren was vooral een eenrichtingsactiviteit. Met de pijl van leerkracht naar leerling of docent naar student. Niemand verbaasde zich erover, want het was volstrekt normaal en paste prima in het tijdsbeeld. De autoriteit wist hoe het zat en de luisteraar had daar geen enkel idee van. Daarmee was leren ook meteen consumeren: passief luisteren naar een uitleg om daarna creativiteisloze oefeningen te consumeren alsof het berichtjes waren uit de tijdlijn van Facebook. Om maar een lui medium te noemen.

De toenmalige onderwijskundige context zorgde voor een bijzonder passende bedding met ideeën over leren, die we inmiddels als kul van de hand doen. Toen waren de hersenen een soort van black box, waarvan we niet eens wilden weten wat er precies in gebeurde. Nu is precies het omgekeerde gaande. Het snel uitdijende leger van (pseudo) breinwetenschappers is hard op weg om de ontwikkeling en werking van het brein als verklaring te zien voor alle menselijk gedrag dat ooit te zien was op deze aardbol. Tot aan de psyche van Donald Trump toe. Het kan verkeren.

De theorieën die hierbij een doorslaggevende rol vervullen, hebben het allemaal over netwerken. Neurale om precies te zijn. U weet wel, het verhaal van de kluisjes gevuld met informatie als metafoor voor zenuwcellen. En van verbindende landweggetjes die door ze veel te gebruiken vanzelf vierbaanssnelwegen worden, waar de discussie over de maximale snelheid niet gevoerd hoeft te worden. Een vergelijking bedoeld om het belang van goede neurale verbindingen inzichtelijk te maken. Om vervolgens te constateren dat beter verbonden kluisjes of informatiepakketjes makkelijker leiden tot een positief leereffect. Dus voor nieuwe kennis, vaardigheden, inzichten en attituden. Allemaal dankzij beter functionerende netwerken onder de hersenpan. Mooi toch?

Maar dit is niet de enige plaats waarin netwerken zich verbonden hebben met leren. Ook buiten de hoofden is leren meer en meer een netwerkactiviteit geworden. Maar dan in didactische en organisatorische zin. Waar ooit de eenrichtingsinteractie tussen leerkracht en leerling de dominante aanpak was om kinderen wat te leren, is dat nu veel minder het geval. De laatste decennia hebben ook de interactie leerling - leerling en leerling - digitale informatiebron de leermogelijkheden enorm verbreed. Met als gevolg dat onderwijsgevenden, of ze het nu willen of niet, naast docent ook coach zijn geworden. En daarmee de schone taak hebben om het leren in een genetwerkte samenleving te begeleiden.

Zo maakt het eenrichtingsleren langzaam plaats voor het leren in netwerken. Binnen en buiten de school en op ieder moment van de dag. Waarbij de passiviteit van het consumeren van instructies en weinig zeggende oefeningen vervangen wordt door zelf actief te onderzoeken en te ontwerpen. Geheel in de trend des tijds.

Zo is het onderwijs de volgende sector waarin het consumeren plaatsmaakt voor zelf gaan produceren. Daar zullen we nu eerst wel weer wat in gaan doorslaan. Om het vervolgens te corrigeren en een evenwicht te vinden in de onderwijsprosument. Precies, iemand die functioneert in een netwerk, soms kennis op komt snuiven en verder vooral leert door te doen en te delen. Zo leuk gaat het dus worden. Ik doe mee.